Je kan tck het best vergelijken

met op kot gaan. Jongeren beschikken over een eigen kamer, een sleutel van de kamer en voordeur, een persoonlijke deurbel. Met een wekelijkse budget doen jongeren zelfstandig de nodige inkopen. Ze kiezen en maken maaltijden, zorgen voor hun kamer en wassen zelfstandig kleren. Bezoek ontvangen gebeurt op de eigen kamer. De jongeren zijn vrij om buiten school- of werktijd en de eventueel gemaakte begeleidingsafspraken zelf hun vrije tijd in te vullen.

Naast maximaal 6 of 8 jongeren, zijn er met regelmaat begeleiders aanwezig. Bij afwezigheid is er steeds iemand via een permanentie-gsm te bereiken. ’s Nachts is er altijd een volwassene in huis.

Jongeren van 17 en ouder kunnen al heel wat zelfstandig. Tegelijkertijd lukt niet alles vanzelf en voor sommige zaken is ondersteuning welkom. Begeleiders zijn bereid om te luisteren en in afspraak samen dingen aan te pakken. Net zoals je leert met de  auto rijden, zitten jongeren in Tck ook zelf aan het stuur. Begeleiders zijn er met hun ervaring om hen daarbij op weg te helpen.

Tck is er daarnaast ook voor ouders en iedereen die belangrijk is in het leven van de jongere. Iedereen is welkom. Jongeren kunnen bij hun ouders (familie) op bezoek of overnachten. Ze  vragen hun ouders toestemming waar nodig en kunnen samen activiteiten doen. Een ouderbegeleider maakt tijd voor ouders.

 

“problemen worden uitdagingen,

uitdagingen worden

mogelijkheden, mogelijkheden

worden oplossingen

- Insoo Kim Berg -

 

meer

Tck of kamertraining werd in 1982 opgericht binnen de vzw Nieuwland . Voor oudere jongeren (18-21 jaar) die meer zelfstandigheid wensten en zochten, was het leven in  de verticale leefgroepen niet meer echt nuttig. Met inspiratie vanuit Nederland,  een doordachte en gedurfde visie en een hele berg gezond verstand, werd er een model uitgebouwd waarin jongeren en hun gezin begeleid worden. Niet om alle problemen op te lossen, wel om later verder op weg te kunnen, ook zonder hulpverleners. Van het vertrekpunt “we zitten vast” wordt er gewerkt naar “we kunnen weer verder”.

Vanaf het eerste moment gaan we doelbewust op weg met de jongeren en hun gezin. Hierbij is contact leggen, een werkrelatie opbouwen en oplossingsgerichte taal zeer belangrijk. We beschouwen de begeleidingsrelatie als de motor van het begeleidingsproces.

Van fundamenteel belang is een onvoorwaardelijk respectvolle en positieve houding ten aanzien van alle betrokkenen. Een respectvolle benadering van cliënten als gelijkwaardige partners in de hulpverlening begint bij het onthaal. Mensen brengen aan wat zij nuttig vinden in het kader van het hulpverleningsproces dat opgestart wordt. We peilen meteen ook naar hulpvragen, doelen, troeven en uitzonderingen op het probleem. We richten ons op het hier en nu en de nabije toekomst. Als we op de hoogte zijn van andere zaken via de verslaggeving, dan wordt dit zeker aangegeven en gevraagd of het nuttig kan zijn om (eventueel later) daarover te spreken.  We proberen mensen vooral gerust te stellen en “au serieux” te nemen.